21:00 – Ik geloof constant dat ik er niet mag zijn. Deze overtuiging bepaalt mijn fysieke en emotionele ervaring en natuurlijk mijn gedrag. Door deze overtuiging te geloven voel ik mij machteloos, gefrustreerd, boos, kwaad en radeloos, omdat ik vastgeplakt lijk te zitten aan de overtuiging en de energetische emotionele component en spanning die het oproept in het lichaam. Deze overtuiging komt niet regelmatig als gedachte in bewustzijn voorbij, maar is een overtuiging die in het onderbewuste bestaat en die ik extreem geloof. Ik leef volledig vanuit mijn onware zelf- en wereldbeeld. Ik leef volledig vanuit mijn ego. Ik zit hier flink aan vastgeplakt, waardoor het aantal negatieve ervaringen groter is dan het aantal positieve ervaring.
Gevoelens die beschermen tegen nieuwe pijn
Ik weet dat niets waar is. Ik weet dat ik niet een gedachte of overtuiging ben. Ik weet dat niets betekenis heeft, maar mijn emoties en gevoelens hebben voor mij heel veel betekenis. Ik ken enorm veel betekenis toe aan mijn gevoelens als gevolg van overtuigingen en (extreme) ‘primaire afweer’. Ik geloof dat ik die gevoelens ben. Ik geloof dat die gevoelens mijn eigenwaarde bepalen. Ik geloof dat die gevoelens iets zeggen over wie ik ben en wat ik waard ben. Ik geloof dat die gevoelens mij beschermen tegen nieuwe pijn, terwijl de overtuigingen en de daarmee samenhangende gevoelens mij juist heel veel fysieke pijn bezorgen. Hiernu en de afgelopen 40 jaar.
Ik geloof dat die gevoelens (lees: overtuigingen) mij beschermen tegen de angst om weer alleen gelaten te worden. Ik geloof dat die gevoelens mij beschermen tegen diepe eenzaamheid als gevolg van permanente verlating. Dus de overtuigingen ‘ik ben waardeloos’ en ‘ik kan niks’ en ‘ik mag niet bestaan’ en ‘ik doe er niet toe’ en ‘ik ben niet belangrijk’ en ‘niemand houdt van mij’ zorgen ervoor dat ik niet meer alleen gelaten kan worden in mijn leven (en dus in de eenzaamheid terecht kan komen), omdat ik anderen bij voorbaat de kans ontneem om mij te leren kennen en een relatie met mij op te bouwen en aan te gaan (vrienden, collega’s, vriend(in), familie, buren, etc.). Om verlaten te kunnen worden moet er sprake zijn van een relatie. Geen relatie, geen risico op verlating (oftewel: bindings- en verlatingsangst).
De breuk met mijn vader heeft diepe sporen van ontwrichting in mij achtergelaten. En wanhoop. Dat iets dat zo vanzelfsprekend en natuurlijk is als een relatie met mijn vader, kan ophouden te bestaan terwijl hij nog in leven was. Die ontwrichting ben ik eigenlijk niet meer te boven gekomen en daar ben ik emotioneel ook niet goed in begeleid door mijn moeder (die zelf ook emotioneel afwezig was). Als zevenjarige was dat voor mij een hele moeilijke realiteit om mee om te gaan. En de enige manier waarop ik mij staande kon houden (geloofde ik) is door allerlei slechte dingen over mijzelf te gaan geloven. Dingen die mij houvast gaven, maar waarmee ik mij nog veel meer ellende op de hals haalde (zo zou later blijken in mijn tienerjaren toen ik vijf jaar seksueel werd misbruikt).
Ik geloof dat ik het ego nodig heb, omdat…
De waarheid is dat er niets mis is met mij. De waarheid is dat niets betekenis heeft. De waarheid is dat ik niets nodig heb (of had). De waarheid is dat ik niet het/mijn denken ben. De waarheid is dat ik de realiteit aankan en toch geloof ik (al best wel lang) dat ik het ego nodig heb om te overleven. Dat ik het ego nodig heb om mijzelf staande te houden. Dat ik het ego nodig heb om het leven aan te kunnen. Dat ik het ego nodig heb om mijn emoties en gevoelens aan te kunnen. Dat ik het ego nodig heb, omdat ik de waarheid niet aankan. Dat ik het ego nodig heb, omdat ik toch stiekem blijf geloven dat er iets mis is met mij.
Ik geloof gewoon niet dat ik het kan. Ik geloof gewoon niet dat ik echt mijzelf kan zijn. Ik geloof gewoon niet dat dat gewoon echt kan. In theorie wel, maar ik geloof gewoon niet dat dat voor mij is weggelegd. Ik geloof dat ik too fucked up ben. Of zoals een kennis tegen mij zei: “Bark, my troubled boy.” Wat mijn overtuiging ondersteunt is dat ik de laatste zes jaar zeer intensief bezig ben geweest met de verwerking van de onverwerkte ervaringen en gebeurtenissen uit het emotionele brein (zie PRI van Ingeborg Bosch). En er lijkt geen einde aan te komen. Er lijkt geen einde te komen aan de hoeveelheid ervaringen die ik onder ogen moet komen om uiteindelijk tot het punt/inzicht te komen: het verleden is een illusie en ik realiseer en besef mij dat er niets mis met mij is. Dit opschrijven doet me erg goed merk ik en haalt iets van de ballast van geen vertrouwen hebben weg.
Het grootste wonder is…
Mijn weg is een hele moeilijke weg. Mijn weg is een hele zware weg. Mijn weg was zo zwaar dat ik aan zelfmoord dacht, maar het gelukkig niet heb gedaan. Het is niet makkelijk, althans niet voor mij. Het leven is best wel moeilijk en ik vermoed dat dat ook nog wel een tijdje zo zal blijven. Kan ik dat dragen? Ja. Kan ik dat aan? Ja. Wat mij hoop geeft is dat de waarheid nooit verloren is gegaan. En dat alles weer terugkeert in zijn oorspronkelijke staat. En het enige wat ik kan hopen (en waar ik voor bid) is dat ik deze staat zal bereiken voor mijn fysieke dood. Het grootste wonder is in mijn beleving samenvallen met mijzelf. En daarmee check ik uit. ~ lzv