22:30 – Ik geloof dat wat ik hiernu voel iets over mij zegt. Ik geloof dat wat ik hiernu voel persoonlijk is en betekenis heeft. Ik geloof dat wat ik hiernu voel mij mij maakt. Kortom, ik worstel met mijn emoties en gevoelens, omdat ik geloof dat ze hiernu iets zeggen over situaties en gebeurtenissen waarin ik mij – met anderen – bevind.
Wat ik hiernu voel is het verleden → wat ik hiernu voel heeft geen betekenis.
Als wat ik hiernu voel geen betekenis heeft, dan hoef ik er ook niet naar te handelen. Immers, als ik er wel naar handel, dan handel ik naar het verleden. En bepaalt het verleden via mijn gevoel hiernu wie ik ben. Dit is een serieuze denkfout. En lastig om te doorzien vind ik.
Ik voel interne onrust, onveiligheid, ongemakkelijkheid, angst en onzekerheid en die projecteer ik op anderen en situaties → denkfout. Interne ervaring (= het verleden) heeft niets met hiernu te maken.
Door er naar te handelen geef ik de interne ervaring betekenis en geloof ik dat de interne onrust, etc. te maken heeft met hiernu. En dat de waargenomen dreiging en gevaar reëel zijn → niet waar.
Samenvattend
- Wat ik hiernu voel en ervaar is het verleden.
- Wat ik hiernu voel en ervaar heeft geen betekenis.
- Wat ik hiernu voel en ervaar bepaalt niet wie ik ben.
- Wat ik hiernu voel en ervaar bepaalt niet mijn gedrag → handel ondanks wat ik voel.
- Alles is goed hiernu.
De kunst is om mijn gevoelens niet persoonlijk te nemen en tegelijkertijd ook niet onpersoonlijk te maken. Immers, de gevoelens hebben geen betekenis bij wie ik hiernu ben, en horen wel bij wie ik in het verleden was. En daar dien ik hiernu wel verantwoordelijkheid voor te nemen.
Verbinding maken met anderen bestaat niet
De verbinding die ik met mannen en vrouwen zoek is een illusie. Die verbinding probeer ik te creëren vanuit zelfafwijzing en vanuit mijn gevoelens uit het verleden. En die gevoelens uit het verleden zijn het resultaat van interactie met mijn externe omgeving (met name ouders) waarvan ik geloofde dat zij mij afwezen. Met andere woorden, ik probeer iets te creëren op basis van voorwaardelijkheid, afhankelijkheid, tekort, behoeftigheid en gebrek. Dat gaat nooit lukken.
Het zoeken naar verbinding met anderen is een projectie. Ik geloof dat die anderen met compleet en heel kunnen maken, omdat ik geloof dat zij mij iets kunnen geven wat ik nodig heb (= illusie). Ik projecteer mijn vader en moeder op alle mannen en vrouwen die ik tegenkom.
Het ego wil zich compleet voelen. Het ego wil zich heel voelen en zoekt extern connectie met het geheel, omdat het intern het geheel energetisch afwijst. Dit is onmogelijk om duurzaam te bereiken. Deze drang naar verbinding heeft geen betekenis. Het is een ‘valse hoop’-strategie en controlemechanisme om mij beter te voelen.
Zelfafwijzing van anderen is niet persoonlijk
Ik heb ook steeds meer moeite met de waargenomen zelfafwijzing bij anderen. Ik betrek die waargenomen zelfafwijzing op mijzelf. Dat ging heel erg onbewust en vanzelf, en inmiddels word ik er steeds bewuster van. En het is en blijft nog steeds lastig omdat ik de waargenomen zelfafwijzing bij anderen wel voel en ervaar als afwijzing van mij. Lastig en iets om te leren de komende tijd. ~ lzv