20:00 – Ik heb vandaag een spannende dag gehad op werk. Ik heb twee belangrijke gesprekken gehad. Het eerste gesprek ging over mijn overplaatsing naar een ander team met behoud van mijn huidige rol als logistiek manager. Ik heb behoefte aan meer structuur en organisatie en ik ben van mening dat deze nieuwe leidinggevende mij dat kan bieden. En dat zij dus beter bij mij past. In dat gesprek werden ook nieuwe arbeidsvoorwaarden besproken en ik merk dat ik geen goede onderhandelaar ben. Ik heb moeite met het stellen van (te) hoge salariseisen als onderhandelingstechniek, om uiteindelijk uit te komen waar ik eigenlijk wil zitten. Om eerlijk te zijn gelooft een deel van mij ook dat het dat salaris ook niet waard is. En daarom heb ik moeite om heel erg hoog in te zetten.
Het tweede gesprek ging over het logistieke project waar ik verantwoordelijk voor ben. Ik heb een goede partij geselecteerd, maar mijn CEO had graag gezien dat ik nog een partij in de arm had genomen om het op strategisch niveau uit te onderhandelen qua prijs. Dat begrijp ik wel. Alleen dat is nou net een punt waar ikzelf minder goed in ben en wat ik ook minder belangrijk vind.
Ik wil juist niet accepteren wie ik ben en hoe ik in elkaar zit
Ik merk dat ik mijzelf niet wil accepteren. Ik wil niet accepteren wie ik ben ik en hoe ik in elkaar zit. Ik ervaar dat ik constant veel angst en onzekerheid in mijzelf ervaar. En dat ik daar weg van wil vluchten; ik wil naar een plek waar ik vrij ben van angst en onzekerheid. Maar ik kan er niet aan ontsnappen. En hoe meer ik het probeer, des te heftiger wordt mijn interne angstervaring.
Het loslaten van het verleden en de identiteit die ermee samenhangt is intens. Ik zeg constant dat ik mijzelf wil accepteren en het verleden wil loslaten, maar intern probeer ik juist de controle vast te houden en mijzelf juist niet te accepteren.
Ik wil juist niet accepteren dat ik geen betekenis heb en dat er niets is/bestaat. Ik wil de waarheid en realiteit niet onder ogen komen, ook al beweer ik constant van wel.
Ik ben gewoon heel erg bang. Ik ben bang voor het leven en wat er komen gaat. Ik ben bang voor verkeerde keuzes die ik heb gemaakt en een slechte onderhandelingstechniek heb gekozen. En als ik er inderdaad niet uithaal wat ik graag zou willen, dan geef ik mijzelf daar de schuld van.
De waarheid is dat het geheel zichzelf accepteert. En dat het geen reden heeft om zichzelf te veroordelen op basis van een onderhandelingstechniek. Ook al komt het gewenste resultaat er niet uit, het zegt niets over ‘mij’. Het zegt niets over ‘mijn waarde’. Het betekent niets, alleen voor degene die erin gelooft (ik als ego/waarnemer).
Mijn functie, mijn rol, mijn taken en mijn verantwoordelijkheden zeggen niets over ‘mij als geheel’. Al die zaken definiëren ‘mij’ niet. Ze verschaffen mij als persoon/ego betekenis en waarde, maar niet in de ultieme realiteit. En dat is moeilijk om te doorzien en te accepteren.
Ik voel schaamte als ik er niet alles uit heb kunnen halen. En dat ik mijn salaris vertel aan iemand anders. Ik voel schaamte voor het feit dat ik niet zo goed kan onderhandelen en dat ik mij de kaas van het brood heb laten eten.
Ik zou graag iets doortastender willen zijn; ik zou graag wat assertiever willen zijn; ik zou graag iets minder voorzichtig willen zijn in contact met collega’s. Ik zou mijzelf graag wat meer accepteren en mijn mening willen durven uiten. Maar ik houd mij vaak in en laat mij regelmatig aftroeven door mensen die beter gebekt zijn (maar niet per sé gelijk hebben).
Ik ben eigenlijk een hele lieve, zachte man. Met een hart van goud die heel loyaal is naar anderen toe.
Betekenis toekennen aan wat ik voel
Wat ik blijf doen is betekenis toekennen aan wat ik voel. En wat ik voel is het resultaat van wat ik (onbewust) geloof. Het ego kent betekenis toe aan zijn eigen gevoelens, die het resultaat zijn van wat het ego gelooft. Een zelfversterkend mechanisme. Een sterk mechanisme.
Ik blijf vasthouden aan wat ik geloof omdat het mij houvast, context en betekenis biedt. Ik geloof dat ik ben wat ik geloof. En ik ben bang om dat geloof los te laten.
Wat ik nog steeds moeilijk vind is dat ik betekenis blijf toekennen aan wat ik voel (= geloof). Ik laat mijn gedrag beïnvloeden en bepalen door de angst en onzekerheid die ik vanbinnen voel. Ik geloof dat ik niet anders kan → is dat waar?
Nee, dat is niet waar. Ik zou de angst en onzekerheid ook kunnen accepteren én tegelijkertijd anders kunnen handelen. Ik wil dat echter niet omdat ik mij wil verschuilen en verstoppen voor mijzelf. Ik wil mijzelf blijven verstoppen. Ik weet dat er niets mis is met mij, maar ik wil het niet accepteren omdat ik bang ben voor het onbekende. Ik ben bang voor wat er komen gaat als ik de controle loslaat.
Er is geen ontsnappen mogelijk
Wat ik haat aan de realiteit is dat er geen ontsnappen aan mogelijk is. Dat is natuurlijk een kenmerk van de realiteit, maar voor iemand die zijn hele leven op allerlei manieren heeft proberen te ontsnappen aan de realiteit, is de realiteit ontzettend confronterend. De realiteit is. En er is niets anders. Nooit geweest ook. Met name het stukje wie ik werkelijk ben vind ik ontzettend lastig te accepteren. Ik heb mijn hele leven geloofd ‘er is iets mis met mij’ en ‘ik ben niets waard’ en ‘niemand houdt van mij’. Om die overtuigingen vervolgens los te laten en werkelijk te durven inzien dat het allemaal illusie is, en altijd illusie is geweest, is een moeilijke stap.
De waarheid is ‘er is niets mis met mij’. ~ lzv