Ik heb ontzettend lekker (lees: vredig) geslapen. Om 7 uur ging de wekker en ik ben om 7:15 uur naar buiten gegaan om een rondje te lopen. Ik merkte direct dat ik bij het wakker worden ging piekeren en mij zorgen ging maken over het verloop van de dag. Over hoe ik mij op situaties (o.a. gesprek met collega leidinggevende) moet voorbereiden. En dat doe ik niet vanuit liefde en acceptatie, maar vanuit afweer en angst (lees: het angstsysteem). Welke overtuiging(en) zitten hier achter?
Ik geloof dat ik niet mag bestaan, maar ik weet dat er geen voorwaarden zijn om te mogen bestaan. Oftewel, ik ben er al en ik mag er gewoon zijn met mijn grenzen en behoeften.
De gedachte ‘ik kan het niet aan’ (‘primaire afweer’) kwam zojuist naar boven. Ik geloof dat ik de situatie niet aankan (gesprek met collega leidinggevende) en mij daarin staande houden. Mijn collega is geboren in de Jordaan en is echt zo’n rasechte Amsterdammer. Hij is een jaartje of 50 en kan lekker direct zijn en tekeer gaan (op een scheldende en grappige manier).
‘Ik geloof dat ik mijn collega uit de Jordaan niet aankan’ –> is dat waar?
Ik ervaar hem als onberekenbaar en hij kan vrij grof uit de hoek komen, maar wel op een grappige manier. Ik merk dat ik op mijn hoede ben bij hem, omdat ik hem nog niet helemaal vertrouw.
Nee, het is niet waar. Als ik accepteer hoe ik mij voel, dan kan ik contact maken met hem, mijn behoeften uitspreken en samen goede afspraken maken.
Faalangst
Wat probeer ik met piekeren te bereiken? Ik probeer oplossingen te zoeken en te vinden. Waarvoor? Voor het geloof/de overtuiging dat als ik mijzelf ben, dat ik het dan niet goed.
‘Ik doe het niet goed’ –> is dat waar?
Ja, als ik deze overtuiging geloof en ga handelen vanuit angst, dan loop ik constant vast en presteer ik ondermaats. Ik kan dan niet helder denken, goede ideeën verzinnen en goede beslissingen maken.
Nee, ik weet dat ik competent en intelligent ben. Ik weet dat ik goede ideeën, voorstellen en oplossingen heb voor het bedrijf. Ik ben van waarde, maar alleen als ik mijzelf durf te zijn en mijzelf durf te laten zien.
Omkering: ‘ik doe het wel goed’.
‘Ik mag er niet zijn’ –> is dat waar?
Ja, dat is wat ik geloof en dat komt tot uitdrukking in het niet aangeven van mijn behoeften, mijn grenzen, mijn verlangens, mijn ideeën, mijn vrolijkheid, mijn leiding nemen, mijzelf laten zien.
Nee, er bestaan geen voorwaarden of ik er wel of niet mag zijn. Ik ben er hiernu. Ik ben er altijd al geweest, aangezien de waarheid, de realiteit, Dat Wat Is, onbegrensd is. Anders gezegd: ik heb niets nodig om er te mogen zijn. Ik heb geen bevestiging nodig; ik heb geen goedkeuring nodig; ik heb geen liefde nodig; ik heb geen aandacht en interesse in mij nodig; ik heb geen erkenning nodig; ik heb zelfs geen respect nodig om er te mogen zijn.
Omkering: ‘ik mag er zijn’ en ‘ik mag bestaan’. ~ lzv